Afbeelding

Langs Ochten

Ik ben al snel bij Ochten. Het dorpje is in de oorlog grotendeels verwoest, het lag vanaf september 1944 onder geallieerd mortiervuur, in de flank van de Slag om Arnhem.

Na de oorlog kwam er veel nieuwbouw in de stijl van de Delftse School: schoonheid ligt in de eenvoud, de functie komt tot uitdrukking in de vorm, de woonhuizen zijn simpel en ingetogen, de publieke gebouwen monumentaal.

Het mooie Ochtense gemeentehuis in die stijl stond op de gemeentelijke monumentenlijst, maar werd enkele jaren geleden zonder scrupules tegen de vlakte gewerkt. Daar was menigeen niet blij mee: weer een stukje erfgoed verdwenen. Maar er staat nu een Aldi. ‘De nieuwe tijd, net wat u zegt,’ zong Wim Sonneveld.

Waren het niet de mortieren, of was het niet de nieuwe tijd, dan was het wel het water dat het op plaatsje had voorzien. De Ochtenaren krijgen nog de zenuwen bij de gedachte aan de hoogwaterperiode van 1995: de Waaldijk dreigde het te begeven en het hele dorp werd geëvacueerd. Burgemeester Henk Zomerdijk hield Nederland en de wereld dagelijks vanaf de gepijnigde winterdijk op de hoogte. Die laatste hield, met dank ook aan het leger, uiteindelijk kranig stand.

Bij de rotonde kies ik voor de Walenhoekseweg, die heel even met de A15 meeloopt. Ik steek de Linge over, net voordat die onder de snelweg doorduikt. Het heet hier Pottem, en er is eigenlijk maar één straat. Inderdaad, de Pottemsestraat.

Bij de eerste de beste kruising ga ik veiligheidshalve naar rechts, de Molenstraat in. Zo vermijd ik de Keizerstraat, volgens een bericht in De Gelderlander – drempels, wegversmallingen en een maximumsnelheid van deels 30, deels 60 km ten spijt – de gevaarlijkste weg van heel de Neder-Betuwe.